Badminton, een wereldsport!

bovenstrook kleiner
 
Badminton, het is een sport die we allemaal kennen. Op het strand of in de tuin, iedereen heeft wel eens een shuttletje heen en weer geslagen. Maar badminton is veel meer dan dat. Het is een professionele topsport, en niet zonder reden.
Zo vinden er jaarlijks heel wat internationale toernooien plaats over de hele wereld. En natuurlijk ontbreekt badminton niet op de Olympische Spelen. Door het gebrek aan mediabelangstelling zijn deze toernooien echter niet zo bekend.                          
 
Shohi Sati maakt een jumpsmashToch is badminton een enorm populaire sport. Niet minder dan 138 landen zijn aangesloten bij de International Badminton Federation (IBF), en er spelen naar schatting zo'n 100 miljoen mensen regelmatig badminton. Groot-Brittannië alleen al telt ruim vijf miljoen spelers. In China is badminton zelfs de meest beoefende sport: ongeveer 13 % van de Chinezen neemt regelmatig het racket vast.
Daarnaast kent badminton ook heel wat supporters. Bij grote tornooien in Maleisië en Indonesië komen gewoonlijk zo'n 15.000 fans supporteren en tijdens de Olympische Spelen te Barcelona in 1992 was badminton, voor de atletiekwedstrijden begonnen, de meest bekeken sport. Het aantal kijkers werd geschat op meer dan één miljard!
Bovendien is badminton op hoog niveau een fysiek zware sport. Het is de snelste racketsport ter wereld. Wie goed wil badmintonnen moet kracht, bliksemsnelle reflexen, snelheid, uithoudingsvermogen en een goede hand-oog-coördinatie bezitten. Dat de shuttle topsnelheden haalt van ruim 280 km per uur (!) is hier natuurlijk niet vreemd aan.
Onderzoek heeft uitgewezen dat tijdens een badmintonwedstrijd van drie sets, die gemiddeld zo'n 45 minuten duurt, de shuttle 20 minuten in spel is.
Lin Dan maakt een jumpsmash
Binnen deze tijdspanne verandert de speler ten minste 350 maal van richting en slaat hij de shuttle ongeveer 400 keer, waarvan 150 keer met een volledige armzwaai. In dubbelspel wordt de shuttle vaak 40 tot 50 maal geslagen binnen de 20 seconden, dat is 2,5 maal per seconde of één slag om de 0,4 seconden! De snelheid van de shuttle tijdens een smash heb ik al vermeld, maar bedenk hierbij dat tijdens een rally meermaals gesmasht wordt.
We kunnen ook een Wimbledon finale vergelijken met een finale van het WK badminton. De Wimbledonfinale duurde 198 minuten, de badmintonfinale 76 minuten. De tijd dat de bal en de shuttle effectief in spel waren bedroeg 18 respectievelijk 37 minuten. De intensiteit van het spel was bij de tenniswedstrijd dus 9 % en bij de badmintonwedstrijd bijna 49 %! De tennisspeler sloeg de bal in totaal 1004 keer, de badmintonner 1972 keer. De tennisser liep ruim 3 kilometer, terwijl de badmintonner ruim 6 kilometer aflegde. De badmintonspeler liep dus dubbel zo ver in de helft van de tijd en haalde bovendien het dubbele aantal slagen.