Van pluimbal tot beach-badminton
De sport badminton kent een lange geschiedenis. In de oude culturen van Oost-Azië en die van de Azteken in Mexico bestonden overeenkomstige spelen. In Europa was het spel 'pluimbal' een van de meest geliefde vrijetijdsbestedingen bij de adel. Zo stonden koningin Christine van Zweden en Friedrich Willem van Pruisen bij hun tijdgenoten bekend als ware meesters in het spel met de gevederde bal. De economische en sociale veranderingen aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw maakten een einde aan de pracht en praal bij hofhoudingen. Het spel met de gevederde bal had hetzelfde lot en raakte in de vergetelheid.

Toevallig was het, in 1860, ook iemand van adel die heeft gezorgd voor de hergeboorte van het spel met de shuttle en het racket. De eerste wedstrijd werd namelijk gespeeld op het landgoed van Hertog van Beaufort in het Engelse graafschap
Gloucester. Onduidelijk is hoe men het spel toen noemde. De naam 'Badminton' is in ieder geval afkomstig uit die tijd, want het landgoed van
Hertog van Beaufort heette Badminton.
Vanuit het overwegend vrijetijdsspel ontstond de wedstrijdsport, die echter tot de Engelse elite beperkt bleef. In 1893 werd de Engelse badmintonbond opgericht en in 1899 werd er voor het eerst om de 'All England Championship' gestreden.
Pas na de tweede wereldoorlog werd badminton over heel de wereld en in alle lagen van de bevolking gespeeld. De oorlog had het sportleven in Europa helemaal stilgelegd en na de oorlog legde de bevrijdingslegers daar de basis voor de huidige populariteit van het badmintonspel.
De
Zweden en
Denen maakten als eerste een einde aan de oppermachtigheid van de Engelsen. Maar tegen het eind van de jaren veertig vonden de Scandinaviër gelijkwaardige tegenstanders in
Maleisië en
Thailand.
De ontwikkeling van goedkopere kunststof shuttles zorgde voor een uitbreiding van het spel in West- en Midden-Europa. Vijf jaar veel later volgde Oost-Europa ook. In Azië waren intussen twee nieuwe supermachten (in badminton dan) ontstaan;
Japan en
Indonesië.
In de jaren zestig ging
China zich er ook mee bemoeien. De tot dan nog onbekende Chinese spelers gaven de Europese en Scandinavische sterren geen schijn van kans. Het mooie, met schijnbewegingen doorweven spel was een supersnelle en keiharde sport geworden.
Het toetreden van China als lid van de I.B.F. werd ondanks het knappe spel van de Chinezen verhinderd, omdat China een communistisch land was. Daarom richtte China in 1978 een tweede wereldorganisatie op: de
World Badminton Federation (W.B.F.).
Nadat de keiharde confrontatie-politiek van de eerste maanden na het oprichten van de W.B.F. had plaats gemaakt voor een meer tot overeenstemming bereidde stemming, hield men al rekening met een verzoening van de 'vijandelijke broeders' en daarop volgde een hereniging.
In 1979 voerde de I.B.F. de status van 'Licentiespelers (professionals) in en stond de 'Open toernooien' toe, waaraan zowel amateurs als professionals kunnen deelnemen.
Tegenwoordig wordt badminton in meer dan 70 landen gespeeld en daardoor als echte 'wereldsport' beschouwd. Men schat het aantal spelers op 180 miljoen. In de dichtbevolkte gebieden van Azië, zoals in China, Indonesië en Japan wordt badminton gezien als een volkssport; gaat de jeugd in Europa een balletje trappen, daar pakken ze een rozenbottel met veren om die vervolgens met een plank over te slaan
In Europa (Denemarken uitgesloten) is badminton voornamelijk bekend als vrijetijdsspel voor op de camping. Maar de laatste jaren groeit de populariteit. Er zijn daarvoor verschillende redenen te bedenken.
Badminton is een zaalsport en het spel wordt dus niet be-invloed door slecht weer en je kan het dus het hele jaar door blijven spelen.
Badminton is ook een spel voor iedereen, de één maakt gebruik van zijn kracht de ander van zijn snelheid en weer een ander van zijn tactiek, inzicht of techniek. Het is een spel voor jong en oud, mannen en vrouwen.
Alhoewel men tennis ziet als een fysiek zware sport, op de lijst van zwaarste lichamelijke sporten staat badminton op een derde plaats, namelijk achter boksten en squash.
Vanaf 1994 worden de Aziaten af en toe weer eens verslagen door Europeanen, en dan bedoel ik vooral de Denen. Als je topbadminton in Europa wilt spelen moet je absoluut naar Denemarken en maakt de afstand je niet zo uit, dan moet je naar Indonesië gaan. De professionals daar wonen met zijn allen in een groot internaat en doen niets anders dan slapen, eten en badmintonnen. Ze zijn dus het hele jaar lang op een soort trainingskamp.
In
Nederland blijft, bij de meeste verenigingen, (gelukkig) het plezier dat je aan badminton kan hebben toch wel het belangrijkste. Na een competitiewedstrijd drinkt men, op kosten van het thuis-spelende team, samen iets met de tegenstanders en een trainingsavond eindigt meestal in de kantine aan de bar.
Om het badminton ook in de zomer aantrekkelijk te houden bestaat er sinds drie jaar, naast beach-volleybal en beach-voetbal, ook beach-badminton. Bij beach-badminton gelden dezelfde regels als in de zaal, maar de shuttle is met een schroef verzwaard, zodat deze minder last heeft van de wind. Vorig jaar had men in Scheveningen een beach-badmintontoernooi georganiseerd en er waren maar liefst 230 deelnemers.
Bron: www.shuttlek.nl